ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1644
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.F. Thiessen
- J.E. Molenaar
- S.F. Schütz
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag van langdurig arbeidsongeschikte werknemer
In deze zaak stond de vraag centraal of de opzegging van het dienstverband van een werknemer door A.F.T. Group kennelijk onredelijk was in de zin van artikel 7:681 BW Pro. De werknemer was sinds 1988 in dienst en sinds 2003 arbeidsongeschikt, met een ernstige depressieve stoornis. De werkgever had een ontslagvergunning aangevraagd die aanvankelijk werd geweigerd, maar later werd verleend.
Het hof bevestigde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege het langdurige dienstverband, het snelle verzoek tot ontslag na ziekmelding, de geringe kans op passend werk voor de werknemer en het verband tussen werk en arbeidsongeschiktheid. De werkgever kon het niet aannemelijk maken dat betaling van een vergoeding onmogelijk was.
De schadevergoeding werd berekend met de XYZ-formule, waarbij het aantal gewogen dienstjaren (X) 28 bedroeg, het bruto maandsalaris inclusief vakantietoeslag en dertiende maand (Y) €3.645 was, en de correctiefactor (Z) werd vastgesteld op 0,15 vanwege niet-verwijtbare arbeidsongeschiktheid en reorganisatie. Dit leidde tot een vergoeding van circa €15.000 bruto, lager dan de door de werknemer gevorderde €175.000 en de eerdere €32.500 van de kantonrechter.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het een hogere schadevergoeding toekende, bekrachtigde het overige en compenseerde de proceskosten in het principale appel, terwijl de werknemer in het incidentele appel in de kosten werd veroordeeld.
Uitkomst: Het hof veroordeelt A.F.T. Group tot betaling van €15.000 bruto schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.