ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2026
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- M.J. Hamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling incidenteel hoger beroep en vergoeding werkruimte bij loonbelasting naheffing
Belanghebbende, een onderneming gevestigd op het woonadres van haar directeur en diens echtgenote, betaalde een vergoeding voor het gebruik van twee kamers als werkruimte. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen loonbelasting en een boete op wegens vermeende bovenmatige vergoeding en onjuiste toerekening aan één werknemer.
De rechtbank vernietigde de boetebeschikking maar handhaafde de naheffingsaanslag. De inspecteur ging in hoger beroep tegen de vernietiging van de boete. Belanghebbende stelde vervolgens incidenteel hoger beroep in tegen de naheffingsaanslag zelf, hoewel zij aanvankelijk geen hoger beroep had ingesteld.
Het Hof oordeelt dat incidenteel hoger beroep is toegestaan om onnodige appèllen te voorkomen en dat het niet beperkt hoeft te zijn tot de boetebeschikking. Het Hof volgt belanghebbende in haar standpunt dat de vergoeding werkruimte terecht aan beide werknemers toekomt en vermindert de naheffingsaanslag dienovereenkomstig. De boete wordt vernietigd wegens gebrek aan grove schuld.
De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige rechtsmiddeleninzet en een redelijke fiscale toerekening van vergoedingen binnen kleine ondernemingen.
Uitkomst: Het hof vermindert de naheffingsaanslag loonbelasting en vernietigt de boetebeschikking wegens correcte toerekening van werkruimtevergoeding aan beide werknemers.