ECLI:NL:PHR:2010:BL7972
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de mogelijkheid tot incidenteel hoger beroep in belastingzaken
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over de mogelijkheid van incidenteel hoger beroep in belastingzaken.
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, kreeg een naheffingsaanslag en boetebeschikking opgelegd na een boekenonderzoek. De Rechtbank vernietigde de boetebeschikking maar handhaafde de naheffingsaanslag. Belanghebbende stelde principaal hoger beroep in tegen de naheffingsaanslag, terwijl de inspecteur incidenteel hoger beroep instelde tegen de boetebeschikking.
Het Hof wees het incidenteel hoger beroep van de inspecteur af omdat dit niet tijdig was ingesteld, maar de Hoge Raad oordeelt dat het incidenteel hoger beroep zich richt tegen de gehele uitspraak van de rechtbank en niet beperkt is tot het onderdeel waartegen het principale hoger beroep is ingesteld. De Hoge Raad benadrukt dat het incidenteel hoger beroep bedoeld is om te voorkomen dat een partij die aanvankelijk berust in een uitspraak in een nadelige positie komt te verkeren wanneer de wederpartij hoger beroep instelt.
De conclusie van de Procureur-Generaal onderstreept dat de wetgever met artikel 27m AWR de mogelijkheid van incidenteel hoger beroep juist heeft willen faciliteren om een volledige herkansing in hoger beroep te waarborgen, waarbij ook nieuwe gronden en reeds verworpen stellingen kunnen worden ingebracht, tenzij dit de goede procesorde schaadt.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat incidenteel hoger beroep zich uitstrekt tot de gehele uitspraak van de rechtbank en niet beperkt is tot het onderdeel waartegen het principale hoger beroep is ingesteld.