ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2304
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- M.A. Goslings
- M.M.M. Tillema
- C.Ch. Mout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat terugvordering van bijstand na schuldsanering geen bestaande vordering is
X was definitief toegelaten tot de schuldsaneringsregeling bij vonnis van de rechtbank Haarlem in april 2004. Later trok de gemeente Zandvoort bijstand aan X in en vorderde een bedrag van €33.952 terug wegens het niet melden van samenwoning met haar ex-echtgenoot. Dit terugvorderingsbesluit dateert van oktober 2004, na de uitspraak tot schuldsanering.
De rechtbank beëindigde in januari 2006 de schuldsanering en verleende X een schone lei. De gemeente trok vervolgens de WWB-uitkering in vanwege het verkrijgen van een AOW-uitkering en legde een betalingsverplichting op voor de terugvordering. X stelde bezwaar en beroep in, maar deze werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogde X dat de vordering van de gemeente reeds bestond bij de toepassing van de schuldsanering en daardoor onder de werking van de schuldsanering viel. Het hof oordeelde echter dat de vordering pas is ontstaan met het terugvorderingsbesluit van oktober 2004, na de schuldsaneringsuitspraak, en dat daardoor de vordering niet onder de schuldsanering valt.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter, wees de vordering van X af en veroordeelde haar in de kosten van het hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep van X af, waardoor de terugvordering van bijstand blijft bestaan.