ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4691
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen verrekening ouderdomspensioen bij ontbinding huwelijksgemeenschap door overlijden
In deze civiele zaak stond centraal of de aanspraak op ouderdomspensioen en de afkoopsom daarvan, die door het overlijden van de moeder de huwelijksgemeenschap tussen de ouders ontbond, in die gemeenschap viel en dus bij de verdeling in aanmerking moest worden genomen.
De appellanten stelden dat deze pensioenrechten in de gemeenschap vielen en verrekend moesten worden bij de verdeling na overlijden. De geïntimeerde betwistte dit en voerde aan dat vanwege bijzondere verknochtheid de pensioenrechten niet in de gemeenschap vielen en dus niet verrekend hoefden te worden.
Het hof verwees naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, die bepaalt dat pensioenrechten die door overlijden de gemeenschap ontbinden vanwege hun verknochtheid aan de persoon van de rechthebbende niet voor verrekening in aanmerking komen ten behoeve van de erfgenamen van de overleden echtgenoot. Het hof oordeelde dat deze verknochtheid zich ook in dit geval tegen verrekening verzet.
Verder overwoog het hof dat het debat over de juridische vraag of de aanspraak in de gemeenschap valt, voor de appellanten geen belang had omdat zij in elk geval geen recht op verrekening hebben. Ook de afkoop van de pensioenrechten na ontbinding van de gemeenschap deed hieraan niets af. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De aanspraak op ouderdomspensioen en de afkoopsom daarvan vallen niet in de ontbonden huwelijksgemeenschap en worden niet verrekend ten behoeve van de erfgenamen na overlijden van de moeder.