ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ9715
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beleggingshypotheek leidt tot gedwongen verkoop en restschuld; bank niet tekortgeschoten in waarschuwingsplicht
Appellanten sloten in 1999 een beleggingsfonds hypotheek af bij Westland/Utrecht Hypotheekbank (WUH) en belegden via Westland/Utrecht Effectenbank (WUE) ruim € 800.000,- in effecten. De lening diende om de koopprijs en verbouwing van hun woning te financieren. De beleggingen daalden sterk in waarde, waarna appellanten de rente niet meer betaalden. WUH verkocht de woning gedwongen, waarbij een restschuld van circa € 500.000,- ontstond.
Appellanten stelden WUH en WUE aansprakelijk wegens tekortschieten in zorgplicht, onvoldoende waarschuwing voor risico’s, ongeschiktheid van de hypotheek gezien hun financiële positie en ervaring, ondeugdelijke beleggingsadviezen, het niet nemen van maatregelen bij waardedaling en onrechtmatige garanties over rendement. Het hof oordeelde dat de risico’s inherent waren aan beleggen en bekend mochten worden verondersteld, dat de hypotheek passend was gezien het eigen vermogen en inkomen, en dat de adviezen en maatregelen adequaat waren.
De vermeende garanties over rendement werden niet bewezen en de bank had geen verplichting om de waarde van verpande effecten te behouden. De grieven van appellanten faalden, het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en hun vorderingen afgewezen. Appellanten werden veroordeeld in de proceskosten van hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd; appellanten worden veroordeeld in de proceskosten.