ECLI:NL:GHAMS:2009:BK2861
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- A.P.M. van Rijn
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indeling bloedalbumine voor douanerechten bij vervaardiging antilichamen
In deze zaak stond de juiste douane-indeling van een bloedalbumineproduct centraal, dat door de importeur wordt gebruikt als groeibodem bij de vervaardiging van antilichamen voor de bestrijding van ziekten. Hoewel het product zelf geen therapeutische werking heeft, is het onmisbaar voor de totstandkoming van het therapeutisch werkzame antilichaam en blijft het daarin aanwezig na de celkweek.
De rechtbank Haarlem had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, waarna de inspecteur hoger beroep instelde bij de Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam. Het hof nam de feiten over en oordeelde dat het gebruik als groeibodem inherent is aan het product, mede vanwege de hoge kwaliteit en prijs, en dat ander gebruik niet waarschijnlijk is.
Het hof onderschreef het oordeel van de rechtbank dat producten die wezenlijk bijdragen aan eindproducten met therapeutische werking en daarin aanwezig blijven, ook als bereid voor therapeutisch gebruik moeten worden beschouwd. De bewoordingen van de relevante tariefposten en toelichtingen verzetten zich hier niet tegen.
De Douanekamer bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van de inspecteur af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en het product wordt ingedeeld onder post 3002 10 99 van het GDT.