ECLI:NL:GHAMS:2009:BK3132
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid van last uit optietoekenning op preferente aandelen door vennootschap
Belanghebbende, een BV, had aan haar werknemers opties toegekend op preferente aandelen met een lange looptijd en een nominale uitoefenprijs. De inspecteur weigerde de aftrek van een last van €5.000.000 in de vennootschapsbelasting, omdat de optierechten volgens hem geen reële waarde hadden en geen loon vormden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de optierechten geen zelfstandige waarde hadden en daardoor niet als beloning konden worden beschouwd.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de optierechten wel degelijk een reële waarde vertegenwoordigden en dat de rechtbank ten onrechte de bewijslast had gelegd. Het Hof oordeelde dat de optierechten in beginsel als loon moeten worden aangemerkt, maar dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de optierechten een reële waarde in het economische verkeer hadden. De kenmerken van de preferente aandelen, zoals het beperkte dividend, beperkte stemrecht en overdraagbaarheid, leidden ertoe dat het forfaitaire waarderingsvoorschrift niet passend was.
Het Hof bevestigde dat de aftrek in de vennootschapsbelasting nihil is omdat de optierechten geen aantoonbare waarde hadden. Ook het beroep op een onjuiste hoorprocedure werd verworpen, omdat belanghebbende dit standpunt in eerdere procedures had ingetrokken. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de vennootschap geen aftrekbare last mag nemen voor de toegekende opties op preferente aandelen vanwege het ontbreken van een reële waarde.