ECLI:NL:GHAMS:2009:BK3564
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vergrijpboete wegens niet opgegeven afkoopsom levensverzekering
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2004 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarbij een afkoopsom van een levensverzekering niet was vermeld. De inspecteur legde daarop een vergrijpboete van 50% op wegens onjuiste aangifte. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat zij niet opzettelijk onjuist had gehandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Gerechtshof Amsterdam oordeelde anders. Het hof stelde vast dat belanghebbende zich had laten bijstaan door een kundige gemachtigde en dat het verwijt dat zij de brief van de verzekeringsmaatschappij niet aan haar gemachtigde had gegeven, haar niet kon worden toegerekend. Er was geen sprake van opzet of voorwaardelijk opzet zoals bedoeld in artikel 67d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Het hof vernietigde daarom de uitspraak op bezwaar en de boetebeschikking, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en griffierechten. Het hof bevestigde tevens de ontvankelijkheid van het beroep en wees het incidenteel hoger beroep van de inspecteur af.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt vernietigd omdat geen opzet of voorwaardelijk opzet is vastgesteld.