ECLI:NL:GHAMS:2010:BM1887
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing beroep op vertrouwensbeginsel in belastingzaak over afschrijving maatschap
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1994 tot en met 1997 inzake aftrek van rente en afschrijving op een participatie in een maatschap die een winkelcentrum exploiteerde. De inspecteur handhaafde de aanslagen, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het geschil betrof onder meer de wijze van afschrijving en de vraag of de inspecteur zich aan het vertrouwensbeginsel had gehouden. Belanghebbende stelde dat hij mocht vertrouwen op akkoordverklaringen van de Belastingdienst over de fiscale behandeling van de participatie, mede gebaseerd op informatie van Arthur Andersen en een prospectus (het Memorandum).
Het Hof oordeelde dat de inspecteur niet volledig en juist was geïnformeerd, omdat het Memorandum een positiever beeld gaf dan de brief van Arthur Andersen aan de Belastingdienst. Hierdoor kon belanghebbende geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel. Wel erkende het Hof dat de inspecteur tekort was geschoten in de informatieverstrekking tijdens de beroepsfase, wat een bijzondere omstandigheid vormde voor een afwijking van de forfaitaire proceskostenvergoeding.
Partijen bereikten een compromis over de afschrijving, waarna belanghebbende het beroep introk behalve het verzoek om proceskostenvergoeding. Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten van €12.535,75 en griffierecht. Het onderzoek naar schadevergoeding werd heropend voor nadere behandeling.
Uitkomst: Het Hof wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af, maar veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten van €12.535,75 en griffierecht.