ECLI:NL:HR:2007:AU3996
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt lineaire afschrijving vastgoed zonder inflatiecorrectie en progressiviteit
Belanghebbende hield participaties in vastgoedmaatschappen die commercieel vastgoed bezitten. Het geschil betrof de wijze van afschrijving op het aandeel in onroerende zaken, met name of rekening gehouden moet worden met inflatie, restwaarde van grond, progressieve afschrijving en de gebruiksduur.
Het Hof oordeelde dat bij afschrijving geen inflatiecorrectie of progressiviteit moet worden toegepast en dat de grondwaarde uit de historische kostprijs geëlimineerd dient te worden omdat deze niet door gebruik vermindert. De restwaarde wordt bepaald op basis van de objectieve gebruiksduur van de opstal, vastgesteld op 30 jaar, en niet op de subjectieve bezitsduur.
De Hoge Raad bevestigt dat goed koopmansgebruik niet vereist dat toekomstige waardestijgingen worden meegenomen in de restwaarde en dat lineaire afschrijving passend is tenzij onmiskenbaar anders wordt aangetoond. Het cassatieberoep van de Staatssecretaris en het incidentele beroep van belanghebbende worden ongegrond verklaard. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep en het incidentele beroep ongegrond en bevestigt dat afschrijving lineair zonder inflatiecorrectie moet plaatsvinden.