ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3211
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat lening aan vennootschap zakelijk is en niet als informele kapitaalstorting kwalificeert
Belanghebbende verstrekte op 29 april 2003 een lening van €10.000 aan [A BV], die deze vervolgens doorleende aan [B BV], een vennootschap actief in de ontwikkeling van een innovatief GPS-product. De inspecteur stelde dat de lening onzakelijk was en als informele kapitaalstorting moest worden aangemerkt, waardoor afwaardering niet mogelijk was.
De rechtbank had de aanslag verminderd en geoordeeld dat sprake was van een lening in box I, niet van een informele kapitaalstorting in box II. De inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Hof stelde vast dat de civielrechtelijke kwalificatie van lening doorslaggevend is, tenzij feiten aannemelijk maken dat sprake is van kapitaalstorting. De inspecteur slaagde hier niet in.
Het Hof oordeelde dat ten tijde van het aangaan van de lening de verwachtingen rondom het product positief waren en dat de lening niet als 'bodemloze put' kon worden gezien. Ook vond het Hof dat het rentepercentage van 4% en de afspraken over aflossing zakelijk waren, en dat de inspecteur onvoldoende bewijs leverde voor een lagere waardering van de lening bij aanvang.
De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de lening zakelijk is en wijst het hoger beroep van de inspecteur af.