Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
,ontvangen bij de rechtbank op 10 september, beroep ingesteld.
2.Feiten
55-[rekeningnummer 1]-0000 00 0060 TER LDO [X - Y] OU [zoon] 122.185,82
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
(i) het verkrijgen van de inlichtingen die nodig zijn voor het bepalen van de verschuldigde belasting, en tevens
(ii) het met redelijke voortvarendheid voorbereiden en vaststellen van een navorderingsaanslag aan de hand van de gegevens die de inspecteur ter beschikking staan.
Niet van belang is of de aanwijzingen zijn verkregen voor of na afloop van de reguliere navorderingstermijn van 5 jaar en of sprake is van een bankgeheim in het land waar de tegoeden zich bevinden.
f 500.000 en hoger, waarbij bij allen die een banksaldo hadden van minder dan f 500.000 gelijke correcties zijn toegepast, met een verhogingsfactor van 1,5. De inspecteur heeft bij de uitspraken op bezwaar de aanslagen verminderd door die factor van 1,5 uit de geschatte inkomens te elimineren, conform het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011, LJN: BN6350. Uit dit arrest volgt ook dat de schattingen die aldus zijn verricht redelijk zijn en niet onwillekeurig. De stelling van belanghebbende dat de inspecteur geen acht heeft geslagen op het salaris van ongeveer € 40.000 dat belanghebbende als leraar verdiende en dat hij daarom onmogelijk het door de inspecteur vastgestelde vermogen kon hebben, doet daar gezien de omkering en verzwaring van de bewijslast niet aan af. Ook overigens heeft belanghebbende niets aangevoerd dat tot een ander oordeel kan leiden.
5.Immateriële schadevergoeding
6.Proceskosten
7.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover het betreft de navorderingsaanslag IB/PVV 1995 en de bijbehorende boete- en heffingsrentebeschikking en de overige boetebeschikkingen;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar die zien op de navorderingsaanslag IB/PVV 1995 en de bijbehorende boete- en heffingsrentebeschikkingen;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 1995 en de bijbehorende beschikking heffingsrente en boetebeschikking;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar die zien op de overige boetebeschikkingen;
- vermindert de boetes die zijn opgelegd bij de navorderingsaanslagen IB/PVV 1993 en 1994 en VB 1994 en 1995 tot respectievelijk € 2.351, € 1.704, € 299 en € 248 en vernietigt de overige boetebeschikkingen;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 2.000;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: