ECLI:NL:RBBRE:2012:BW3703
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering vermogensbelasting en voortvarendheid inspecteur bij bankrekening KBLux
De zaak betreft een navorderingsaanslag vermogensbelasting over het jaar 2000, waarin belasting over de jaren 1994 tot en met 2000 is nagevorderd vanwege niet opgegeven bankrekeningen bij KBLux Luxemburg van de overleden echtgenoot van belanghebbende.
Belanghebbende stelde dat de inspecteur niet voortvarend had gehandeld bij het opleggen van de navorderingsaanslag en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen. De rechtbank oordeelde dat de eis van voortvarendheid niet geldt voor de gewone navorderingstermijn van vijf jaar, maar wel voor het deel dat met de verlengde termijn van twaalf jaar is nagevorderd. De inspecteur had voldoende voortvarend gehandeld, mede gezien het benodigde rekenwerk.
Verder verwierp de rechtbank het verweer dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin microfiches uit België ondanks vermoedelijke onrechtmatigheid toch mochten worden gebruikt. Ten slotte kende de rechtbank een schadevergoeding van € 500 toe wegens een beperkte overschrijding van de redelijke termijn door de inspecteur.
De navorderingsaanslag bleef in stand en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag vermogensbelasting wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.