ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0365
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenveroordeling in geschil over WOZ-waarde woning
Belanghebbende is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2007 werd vastgesteld op €212.000 door de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem. De rechtbank had de waarde verlaagd naar €190.000 en de heffingsambtenaar veroordeeld tot betaling van proceskosten van €322 aan belanghebbende.
De heffingsambtenaar stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank en trok later zijn grieven over de WOZ-waarde in, maar bracht een nieuwe grief naar voren gericht tegen de proceskostenveroordeling. Hij betoogde dat de proceskostenvergoeding onjuist was omdat de bijstand ter zitting niet beroepsmatig was verleend.
Het hof oordeelde dat de stukken geen aanwijzingen bevatten dat de gemachtigde van belanghebbende, mr. A., beroepsmatig optrad en dat belanghebbende ook geen bewijs had geleverd. Het hof vernietigde daarom het deel van het vonnis waarin de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en bevestigde de rest van de uitspraak. Tevens oordeelde het hof dat het in een late fase naar voren brengen van een nieuwe grief niet in strijd is met een goede procesorde, zolang de wederpartij daardoor niet in haar verdediging wordt geschaad.
Uitkomst: De proceskostenveroordeling van €322 aan belanghebbende wordt vernietigd, de rest van het vonnis blijft in stand.