ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1690
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid vaststellingsovereenkomst navorderingsaanslag vermogensbelasting 1999
Het geschil betreft de geldigheid van een vaststellingsovereenkomst die leidde tot een navorderingsaanslag vermogensbelasting 1999 opgelegd aan belanghebbende in het kader van het Rekeningenproject. Belanghebbende stelde dat de overeenkomst niet rechtsgeldig tot stand was gekomen, onder meer vanwege vermeende druk en dwang.
Het Hof heeft uitgebreid het procesverloop en de ingebrachte stukken bestudeerd, waaronder gesprekken, correspondentie en getuigenverklaringen. De inspecteur heeft betwist dat er sprake was van onaanvaardbare druk of dwang, en het Hof achtte dit standpunt aannemelijk gezien de feiten, zoals het ondertekende verslag van het gesprek en de tijd die belanghebbende nam om de overeenkomst te overwegen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, oordeelde dat belanghebbende wel ontvankelijk is in haar beroep en handhaafde de navorderingsaanslag. Tevens veroordeelde het Hof de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma op 14 oktober 2010.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de inspecteur en handhaaft de navorderingsaanslag vermogensbelasting 1999.