ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4790
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffingsrente na onzorgvuldigheid Belastingdienst niet bewezen
In deze zaak staat centraal of de inspecteur terecht heffingsrente in rekening heeft gebracht bij belanghebbende. De Belastingdienst bracht heffingsrente in rekening omdat in de aangifte inkomstenbelasting 2005 een WIK-uitkering niet was vermeld, terwijl deze wel belastbaar was.
Belanghebbende stelde dat een medewerkster van de Belastingdienst onzorgvuldig had gehandeld door de WIK-uitkering niet in de aangifte op te nemen, en dat dit onzorgvuldig handelen de oorzaak was van de fout. De inspecteur voerde aan dat belanghebbende de bewijslast draagt en onvoldoende bewijs had geleverd voor deze stelling.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet had aangetoond dat de fout aan de Belastingdienst te wijten was. Er was onduidelijkheid over welke jaaropgave aan de medewerkster was verstrekt en het was aannemelijker dat belanghebbende zelf onjuiste of onvolledige gegevens had aangeleverd. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
De heffingsrente is volgens het hof in overeenstemming met de wet berekend en het zorgvuldigheidsbeginsel werd niet geschonden. Er was geen aanleiding om de heffingsrente te verminderen of kwijt te schelden. Ook werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de heffingsrente terecht is berekend en wijst het beroep van belanghebbende af.