ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4792
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over winstverdeling en aftrekbaarheid kosten bij ontbinding vennootschap onder firma
Belanghebbende was vennoot in een vennootschap onder firma (VOF) die een manege exploiteerde. Na een auto-ongeval van de medevennoot werd de winstverdeling aangepast zodat de volledige winst aan belanghebbende toekwam. In 2001 werd de VOF beëindigd, mede door de echtscheiding van belanghebbende en zijn echtgenote.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag op met correcties op de winst en een boete. De rechtbank had de aanslag verminderd, maar het hof vernietigt deze uitspraak en de navorderingsaanslag. Het hof oordeelt dat de correcties volledig aan belanghebbende toekomen, conform de afspraken in het firmacontract.
Daarnaast is geoordeeld dat kosten die samenhangen met het als ondernemers uit elkaar gaan van belanghebbende en zijn echtgenote zakelijk zijn en aftrekbaar, ook al ligt de achterliggende reden in de echtscheiding. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep. Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van werkelijk gemaakte proceskosten in eerdere fases af.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep.