Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
4.3. Kosten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
belanghad.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een besloten vennootschap, bracht in haar aangiften omzetbelasting advocaatkosten in aftrek die waren gemaakt voor de boedelverdeling bij de echtscheiding van haar toenmalige directeur. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat deze kosten niet direct verband hielden met de onderneming van belanghebbende.
De rechtbank oordeelde dat de advocaatkosten betrekking hadden op privéaangelegenheden van de directeur en niet op de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap, waardoor de voorbelasting niet aftrekbaar was. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep.
Het Hof bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het stelde vast dat de rechtsbetrekking met de advocaat was aangegaan door de directeur privé en niet door de vennootschap. De advocaatkosten waren daarmee niet in het kader van de onderneming gemaakt. Ook het belang van de vennootschap bij de boedelverdeling maakte dit niet anders. De naheffingsaanslag was dus terecht opgelegd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting is terecht opgelegd omdat de advocaatkosten voor de boedelverdeling onzakelijk zijn en de voorbelasting ten onrechte is afgetrokken.