ECLI:NL:HR:2012:BX4490
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- Y. Buruma
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep cassatie inzake schending artikel 255 Sv bij internationale signalering en vervolging
In deze strafzaak stond centraal of het openbaar ministerie (OM) niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens schending van artikel 255 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv). Verdachte werd verdacht van het opzettelijk doden van een persoon in 1995. Na een kennisgeving van niet verdere vervolging in 1999 wegens onvindbaarheid, werd verdachte in 2000 aangehouden op basis van internationale signalering en bekende hij het feit.
Het hof oordeelde dat de internationale signalering, aanhouding en inverzekeringstelling louter opsporingshandelingen zijn en geen hernieuwde inleiding van de strafzaak in de zin van artikel 255 Sv Pro. Het hof verwierp het verweer dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het niet intrekken van de internationale signalering na de kennisgeving van niet vervolging en wegens het ontbreken van een nieuw gerechtelijk vooronderzoek.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had. Ook het verzuim van het gerechtelijk vooronderzoek werd zonder gevolgen gelaten omdat het nieuwe bezwaar bestond uit een bekennende verklaring met grote mate van daderwetenschap. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het OM blijft ontvankelijk ondanks het ontbreken van een nieuw gerechtelijk vooronderzoek.