ECLI:NL:GHAMS:2011:BP1934
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van wegingsfactor bij kostenveroordeling in belastingprocedure
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vaststelling van het verzamelinkomen 2008 door de inspecteur, die aanvankelijk het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank kende belanghebbende een kostenvergoeding toe op basis van een wegingsfactor 1. De inspecteur ging in hoger beroep en stelde dat de zaak zeer licht was en een wegingsfactor van 0,25 behoorde te gelden.
Het Hof overwoog dat het gewicht van de zaak wordt bepaald door aard, belang en ingewikkeldheid, waarbij het financiële belang niet doorslaggevend is. Ten tijde van het instellen van het beroep was de ontvankelijkheid van het bezwaar nog in geschil, waardoor het Hof de zaak een gemiddeld gewicht toekent en de wegingsfactor 1 passend acht.
Het hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard. Het Hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor de procedure bij het Hof, waarbij het Hof voor de kosten in hoger beroep een zeer licht gewicht met wegingsfactor 0,25 toepaste, resulterend in een vergoeding van €219.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de wegingsfactor 1 voor de kostenveroordeling in eerste aanleg en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van €219 voor het hoger beroep.