ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4332
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Vermindering vergrijpboete wegens onvoldoende bewijs grove schuld bij onbelaste vaste kostenvergoedingen advocatenkantoor
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een advocatenkantoor tegen een vergrijpboete opgelegd door de Belastingdienst wegens het onbelast uitbetalen van vaste kostenvergoedingen aan advocaten en advocaat-stagiairs over de periode 2003-2005.
De inspecteur had een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd met een vergrijpboete van 25%, later verminderd tot 10%. De boete was gebaseerd op het feit dat de vaste kostenvergoedingen niet vooraf of op het moment van betaling waren gespecificeerd naar aard en omvang, zoals vereist volgens de fiscale regelgeving.
Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het advocatenkantoor zich bewust was van deze specifieke voorwaarden, ondanks de kennis en ervaring van de maatschap. Ook was niet duidelijk dat deze voorwaarden algemeen bekend waren. Het hof hield rekening met de richtlijnen van de Nederlandse Orde van Advocaten en de omvang van de vergoedingen, die niet hoog genoeg waren om een zware informatieplicht te rechtvaardigen.
Daarom werd de vergrijpboete verminderd tot € 424 en werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van het advocatenkantoor. De uitspraak bevestigt dat voor het opleggen van een vergrijpboete op grond van grove schuld voldoende bewijs van bewustheid van de fiscale regels vereist is.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt verminderd tot € 424 wegens onvoldoende bewijs van grove schuld.