ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4437
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt rechtmatigheid navorderingsaanslagen en matigt verhogingen wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende betwistte navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over 1991 en 1992, opgelegd na een onderzoek naar buitenlandse bankrekeningen in het kader van het Rekeningenproject. Het Hof bevestigt dat de inspecteur terecht gebruik maakte van de verlengde navorderingstermijn op grond van artikel 16, lid 4, AWR, omdat het fiscale onderzoek pas na afronding van het strafrechtelijk onderzoek kon starten.
De rechtmatigheid van het gebruik van microfiches als bewijsmiddel werd door belanghebbende betwist op grond van een vonnis van een Brusselse rechtbank, maar het Hof achtte dit niet doorslaggevend en handhaafde het gebruik ervan. De navorderingsaanslagen werden niet vernietigd, mede omdat partijen overeenstemming bereikten over de hoogte.
Het Hof achtte het opzet van belanghebbende aannemelijk voor het niet aangeven van buitenlandse tegoeden en verwierp diverse bezwaren tegen de verhogingen. Wel constateerde het Hof een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep, waardoor de verhogingen werden gematigd tot 60% van de enkelvoudige belasting. De heffingsrente werd overeenkomstig verminderd.
Ten slotte werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van een deel van de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door het Hof Amsterdam op 3 februari 2011.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen worden gehandhaafd met vermindering van verhogingen tot 60% wegens overschrijding redelijke termijn.