ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2491
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering belastingaanslag en boete wegens onjuiste schatting vermogen buitenlandse bankrekeningen
De rechtbank Breda behandelde het beroep van belanghebbende tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2001, waarbij de inspecteur een schatting maakte van niet aangegeven vermogen op buitenlandse bankrekeningen bij KB-Lux. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende op 31 januari 1994 rekeninghouder was van deze rekeningen en dat hij ook vóór en na 1994 aanzienlijke bedragen aan vermogen bezat die niet in de aangiften waren vermeld. Dit vermoeden werd niet ontzenuwd, waardoor omkering en verzwaring van de bewijslast plaatsvond.
De inspecteur had de schatting van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen gebaseerd op gegevens van meewerkers en een factor 1,5 toegepast om rekening te houden met hogere saldi bij weigeraars. De rechtbank oordeelde dat de factor 1,5 niet redelijk was omdat er geen statistisch verband bestaat tussen saldo op microfiches en daadwerkelijk inkomen. Daarom werd een factor 1 gehanteerd. De boete werd gematigd van 100% naar 80% vanwege de omkering van de bewijslast en verder met 35% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, verminderde de aanslag en boete, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtmatigheid van het bewijs werd bevestigd, mede op basis van een arrest van de Hoge Raad. Het verzoek om meer getuigen te horen werd grotendeels afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige identificatie van rekeninghouders en het rechtmatig gebruik van gegevens uit buitenlandse microfiches. De rechtbank bevestigde dat de inspecteur redelijk heeft gehandeld binnen de wettelijke kaders en dat de boete passend was, maar matigde deze vanwege procedurele omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank matigt de aanslag en boete wegens onjuiste toepassing van de correctiefactor en overschrijding van de redelijke termijn.