ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7304
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid voor onrechtmatige daad in Oxbridge-zaak wegens wegmaken verhaal Ontvanger
In deze zaak gaat het om de civiele procedure waarin de Ontvanger van de Belastingdienst schadevergoeding vordert van [X c.s.] wegens hun betrokkenheid bij de Oxbridge-organisatie, die tot doel had het plegen van misdrijven waaronder valsheid in geschrift en het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting.
De rechtbank had [X c.s.] reeds hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onrechtmatige daad op grond van artikel 6:166 BW Pro, wegens hun willens en wetens betrokkenheid bij het wegmaken van het verhaal van de Ontvanger. In hoger beroep zijn diverse grieven aangevoerd, onder meer over de onpartijdigheid van de rechter, ontvankelijkheid, bewijslevering, verjaring en eigen schuld van de Ontvanger.
Het hof overweegt uitgebreid dat de betrokkenheid van [X c.s.] bij de Oxbridge-organisatie onherroepelijk is vastgesteld in strafarresten en dat zij onvoldoende gemotiveerd hebben betwist dat zij willens en wetens hebben meegewerkt aan het benadelen van de Ontvanger. De grieven over onpartijdigheid en ontvankelijkheid worden verworpen. Ook wordt geoordeeld dat de verjaring van het recht tot dwanginvordering niet leidt tot verlies van het vorderingsrecht uit onrechtmatige daad.
Het hof vernietigt het incidenteel hoger beroep voor zover het meer of anders gevorderde is afgewezen en wijst dat alsnog toe. [X c.s.] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van €898.838,= plus heffingsrente bovenop het reeds toegewezen bedrag. De proceskosten worden aan de zijde van de Ontvanger toegewezen. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst het principaal hoger beroep af en veroordeelt [X c.s.] hoofdelijk tot betaling van €898.838,= plus heffingsrente bovenop het reeds toegewezen bedrag.