ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0289
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Waardering kapitaalverzekering voor resultaat uit overige werkzaamheden bij overgang naar Wet IB 2001
In deze zaak staat de waardering centraal van kapitaalverzekeringen die op 1 januari 2001 overgingen naar het regime van resultaat uit overige werkzaamheden (row) ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001. Belanghebbende had vóór 2001 premies betaald inclusief een kostenopslag van 5%. De inspecteur stelde de waarde in het economische verkeer (WEV) van de kapitaalverzekeringen op 1 januari 2001 zonder deze kostenopslag vast.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, stellende dat de kostenopslag niet in de WEV mocht worden meegenomen omdat deze kosten feitelijk niet waren gemaakt op 1 januari 2001. Het Hof oordeelt echter dat, hoewel fictieve kosten voor nieuwe verzekeringen niet mogen worden meegenomen, de vóór 2001 betaalde kosten wel deels in aanmerking kunnen worden genomen voor het deel dat toerekenbaar is aan de periode na 1 januari 2001 waarin de kapitaalverzekeringen nog niet waren afgekocht of tot uitkering waren gekomen.
Het Hof volgt de verklaring van partijen dat een bedrag van € 850 ten laste van het belastbaar inkomen over 2001 kan worden gebracht als afschrijving van deze kosten. Het Hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, vermindert de aanslag en veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 40.169.