ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6296
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardering onroerende zaken bij inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende, eigenaar van meerdere panden, stelde de waarde van zijn onroerende zaken voor het belastingjaar 2004 aanzienlijk lager vast dan de inspecteur. De inspecteur stelde de waarde schattenderwijs vast op €1.500.000, mede gebaseerd op WOZ-waarden, omdat belanghebbende weigerde gevraagde gegevens zoals huurcontracten en verkoopakten te verstrekken.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing is op grond van artikel 47 en Pro 27e AWR, omdat belanghebbende niet voldeed aan zijn informatieplicht. De door belanghebbende overgelegde taxatierapporten boden onvoldoende bewijs om de aanslag te verlagen.
Het hof overwoog dat de inspecteur niet onredelijk handelde door zich te baseren op de WOZ-waarden en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanslag te hoog was vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2004 is bevestigd.