ECLI:NL:GHAMS:2011:BW7110
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Goed werkgeverschap en uitleg beëindigingsregeling omtrent personeelsopties
In deze zaak vordert de werknemer, voormalig Director of Commerce bij Abn Amro, schadevergoeding wegens het vervallen van personeelsopties na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. De werknemer stelt dat tijdens de onderhandelingen over de beëindigingsovereenkomst niet is gesproken over het verval van zijn optierechten, terwijl deze niet onder de finale kwijting vielen. Abn Amro voert aan dat het optieplan uitputtend bepaalt dat de opties vervallen bij beëindiging van het dienstverband, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn.
De kantonrechter oordeelde dat de finale kwijting niet ziet op de optierechten en dat Abn Amro in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld door het verval van de opties niet ter sprake te brengen. De kantonrechter kende een schadevergoeding toe van €20.000 netto. Het hof bevestigt dat de optierechten onderhandelbaar waren en dat Abn Amro had moeten wijzen op het verval, mede omdat de werknemer zich dat niet realiseerde.
Het hof stelt dat de schadevergoeding bruto moet worden vastgesteld en bepaalt de schade op €7.639 bruto, gebaseerd op de waarde van de opties op de datum van de beëindigingsovereenkomst. De vorderingen van de werknemer tot een hoger bedrag en advocaatkosten worden afgewezen. De kosten van de procedure worden gecompenseerd. Het arrest vernietigt eerdere vonnissen en bepaalt de nieuwe schadevergoeding en terugbetalingsverplichting.
Uitkomst: Abn Amro wordt veroordeeld tot betaling van €7.639 bruto schadevergoeding wegens niet informeren over verval personeelsopties.