ECLI:NL:GHAMS:2011:BX1132
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A. Goslings
- R.J.M. Smit
- C. Uriot
- Rechtspraak.nl
Faillissement Dental ’80 en onrechtmatig handelen bank: financierbaarheid en schade
In deze civiele procedure in hoger beroep staat centraal of de faillietverklaring van Dental ’80 te wijten is aan onrechtmatig handelen van de bank. Het hof overweegt uitgebreid de deskundigenrapporten en de toepassing van de KMK-regeling voor kredietverlening. De bank betwistte dat Dental ’80 destijds financierbaar was, mede omdat een pensioenvoorziening niet tot het aansprakelijk vermogen mocht worden gerekend. Het hof volgt deze visie en concludeert dat Dental ’80 ook zonder het handelen van de bank niet levensvatbaar was.
De curator stelde dat de bank onzorgvuldig had gehandeld bij de uitwinning van zekerheden en schade had veroorzaakt door te lage opbrengsten. Het hof oordeelt dat de curator onvoldoende bewijs heeft geleverd voor deze stellingen en dat de bewijslast hiervoor bij hem ligt. Ook de vorderingen voor winstderving en diverse kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat Dental ’80 niet financierbaar was.
Wel wordt een vordering wegens waarborgsommen toegewezen, omdat de bank onvoldoende concreet bewijs leverde dat deze altijd afgeboekt moeten worden. Het hof verwijst de zaak naar de rol voor bewijslevering door de bank en verdere uitlatingen, waarna het hof zal beslissen over de resterende punten. Partijen kunnen tegen dit arrest beroep in cassatie instellen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat Dental ’80 ook zonder onrechtmatig handelen van de bank failliet was en wijst de meeste grieven af, behalve een vordering wegens waarborgsommen die wordt toegewezen.