ECLI:NL:GHAMS:2012:BV3781
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaren belastingaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende diende bezwaarschriften in tegen naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen voor omzetbelasting en inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, die door de inspecteur niet-ontvankelijk werden verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep oordeelt het Hof dat de aanslagen correct en tijdig bekend zijn gemaakt aan het juiste adres. Belanghebbende stelde dat hij de aanslagen niet had ontvangen vanwege verblijf in het buitenland, maar dit werd niet als verschoonbare termijnoverschrijding erkend voor de meeste bezwaren.
Voor de boetebeschikking omzetbelasting oordeelt het Hof echter dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is omdat belanghebbende na ontvangst van een mededeling hierover tijdig bezwaar maakte. Daarom vernietigt het Hof de uitspraak van de rechtbank voor dit onderdeel, verklaart het hoger beroep gegrond en draagt de inspecteur op opnieuw te beslissen. Voor de overige bezwaren blijft de niet-ontvankelijkverklaring in stand.
Het Hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond voor de boetebeschikking omzetbelasting, waarbij de inspecteur wordt opgedragen opnieuw te beslissen; voor de overige bezwaren blijft de niet-ontvankelijkverklaring in stand.