ECLI:NL:GHAMS:2012:BW3682
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurverhoging en ontbinding huurovereenkomst wegens onredelijkheid
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd waarbij de vorderingen van de verhuurder tot ontbinding van de huurovereenkomst en huurverhoging zijn afgewezen.
De verhuurder stelde dat de huurder de woning mede bedrijfsmatig gebruikte, wat de ontbinding van de huurovereenkomst zou rechtvaardigen. Dit werd door het hof niet bewezen geacht, mede omdat het gebruik van de zolderkamer als kantoorruimte onvoldoende was om van een ander dan woongebruik te spreken.
Verder werd de voorgestelde huurverhoging afgewezen omdat de verhuurder niet de wettelijk voorgeschreven procedure had gevolgd en onvoldoende concreet had onderbouwd dat de huurprijs onredelijk laag was. Het hof verwees naar het wettelijke systeem van huurprijsbescherming en de ruime beoordelingsvrijheid van de overheid.
Ten slotte oordeelde het hof dat het aanbod van de verhuurder om een nieuwe huurovereenkomst aan te gaan zonder de zolderkamer niet redelijk was, mede vanwege het belang van de huurder bij het behoud van deze ruimte. De vorderingen van de verhuurder werden daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen tot huurverhoging en ontbinding van de huurovereenkomst af.