ECLI:NL:GHAMS:2012:BY0937
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- J.P.A. Boersma
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen inzake buitenlandse bankrekeningen en redelijke termijn
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen wegens niet aangegeven tegoeden en inkomsten uit buitenlandse bankrekeningen. Hij stelde zich op het standpunt dat hij een beroep kon doen op artikel 67n AWR wegens vrijwillige verbetering, maar het hof oordeelde dat dit niet van toepassing was omdat de informatie werd verstrekt nadat de inspecteur reeds op de hoogte was.
De navorderingsaanslagen en boeten werden deels gehandhaafd en deels verminderd. Het hof stelde vast dat het opzet van belanghebbende vaststond, mede omdat hij bewust banktegoeden aanhield in een land met bankgeheim. De boeten werden gematigd tot 40% conform landelijk beleid.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, wat aanleiding gaf tot een gedeeltelijke kwijtschelding van de verhogingen en boeten. Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten van €4.508 en heropende het onderzoek voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Amsterdam op 4 oktober 2012 na verwijzing door de Hoge Raad, waarbij tevens werd bevestigd dat het beroep in cassatie mogelijk is.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de inspecteur, matigt verhogingen en boeten tot 40% en veroordeelt de inspecteur tot proceskostenvergoeding van €4.508.