ECLI:NL:GHAMS:2012:BY9811
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag en vergrijpboete wegens winstcorrectie op basis van omkering bewijslast
Belanghebbende, een Luxemburgse vennootschap die haar zetel verplaatste naar de Britse Maagdeneilanden, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1996 van NLG 20 miljoen. Deze aanslag betrof twee posten van elk NLG 10 miljoen: een optiepremie en een winst uit aan- en verkooptransacties van aandelen in kasgeldvennootschappen.
De inspecteur stelde dat belanghebbende onder leiding van [A] liquide middelen uit kasgeldvennootschappen onttrok en via complexe transacties buiten het zicht van de fiscus bracht. Belanghebbende voerde aan dat de optiepremie niet was ontvangen en dat de transacties geen belastbare winst opleverden, maar slaagde er niet in haar verzwaarde bewijslast te onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan haar administratieplicht en dat de omkering van de bewijslast van toepassing was. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de inspecteur zich in redelijkheid op zijn standpunt kon stellen. De winstcorrectie en de opgelegde boete werden als passend en geboden beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en vergrijpboete worden bevestigd.