Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
.
1. Ontstaan en loop van het geding
Gelijktijdig is de heffingsrente verminderd tot € 17.912.
De inspecteur en belanghebbende hebben een verweerschrift ingediend.
2. Feiten
2.19. [[A]] heeft 47,5% van de aandelen in de besloten vennootschap [B BV] en is bestuurder van deze vennootschap. Uit de aangifte Vpb 2004 van [B BV] volgt dat [[A]] een bedrag van € 440.145 ter beschikking heeft gesteld aan [B BV]. [[A]] heeft geen vordering op deze BV aangegeven. Bij brief van 15 december 2010 is hierover het volgende geschreven:
. Navorderingsaanslag Vpb 2004
Primitieve aanslag Vpb 2005
Aanslag Vpb 2006
2. Huurder en verhuurder stellen vast dat deze ruimten op de begane grond, kelder en de garage van het pand grotendeels bestemd zijn om te worden gebruikt als bedrijfsruimte voor de werkzaamheden van verhuurder en huurder in het kader van activiteiten van vermogensbeheer en het aangaan van beleggings- en investeringsovereenkomsten.”
Van de (…) “lening” van € 100.000,00, waarvan het bedrag overgemaakt is op of omstreeks 28 augustus 2006, heb ik geen akte aangetroffen. Het betreft overigens een betaling van [K BV]. In het bankrekeningafschrift staat de betaling geboekt als spoedopdracht tijdelijke financiering, afkomstig van [K BV] (…)
De situatie waarin de vennootschap zich in april/mei 2007 bevond, heb ik (…) met de heer [I], één van de twee bestuurders, besproken. Uit een door de heer [I] ondertekend gespreksverslag dat ik heb opgesteld (…), kan worden opgemaakt dat de directie van[C BV] (…) doende was aanvullende financiering te verkrijgen. (…) Over de leningen trof ik (…) nog de volgende passage aan:
“De leningen van [G BV] en [B BV] zijn leningen zonder zekerheden. Ze zijn niet gemeld aan de [bank] als achtergestelde leningen en voor zover ik mij kan herinneren is dat ook niet zo overeen gekomen. Wel zijn zij op een gegeven moment in de balans geboekt als risicodragend kapitaal.”Tot slot trof ik nog aan een leningovereenkomst met betrekking tot een kortlopende lening van € 69.590,00 van [B BV] of [belanghebbende] (…). Ik vermoed dat met die laatste lening niets gebeurd is, omdat waarschijnlijk het bedrag van de teruggave inmiddels ontvangen was. Ik heb geen betaling van [B BV] of [belanghebbende] van een dergelijk bedrag aangetroffen.”
(…)
Als hoofdverantwoordelijke bestuurder van de[C BV] heb ik in de administratie van de [[C BV]] de leningen van [X BV] en de lening van [B BV], voor het gemak, samengenomen onder de noemer [B BV].”
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
€ 29.821 (2003), € 30.745 (2004), € 31.360 (2005) en € 32.207 (2006).
Gesteld noch gebleken is dat in dezen sprake is geweest van onbevoegde vertegenwoordiging. De rechtbank is voorts van oordeel dat het voordeel [[A]] is toegekomen in zijn hoedanigheid van aandeelhouder. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve voldaan aan het genoemde vereiste van dubbele bewustheid en is ook voor het overige voldaan aan de vereisten voor het in aanmerking nemen van een winstuitdeling. Dit betekent dat verweerder terecht de winst van eiseres heeft gecorrigeerd voor de te lage huur en zijn dienaangaande terecht winstuitdelingen in aanmerking genomen bij [[A]].
Aan de akoestische ruimte, waarin zich een vleugel bevindt, zou sedert het staken van de onderneming die pick-upnaalden produceerde en verkocht (zie uitspraak rechtbank onderdeel 2.2), weinig zijn veranderd, behoudens dat daarin in de jaren negentig een biljarttafel is geplaatst. De administratie van belanghebbende wordt gevoerd vanuit een oorspronkelijk als ‘kamer personeel’ aangeduid vertrek (in vleugel A).
Voorts stelt belanghebbende dat de inspecteur niet mag treden in de door belanghebbende gemaakte afweging waar het betreft de omvang van het gedeelte van het pand dat door haar is gehuurd, omdat hij daarmee zou treden in het ondernemingsbeleid van belanghebbende. Die afweging houdt in dat belanghebbende ervoor gekozen heeft het pand in stand te laten ‘als een soort opslag/museum’ ter herinnering aan de in 1992 overleden vader van [A] ([A] sr.). Met deze bestemming zijn twee kamers in het pand ‘als kantoorruimte’ in gebruik.
€ 31.360 en € 32.207 hebben bedragen.
€ 31.360 en € 32.207) te worden verminderd.
€ 129.395 en via belanghebbende € 310.750 aan [B BV] had geleend (uitspraak rechtbank onder 2.19).
€ 67.500 aan [C BV] heeft geleend dan wel een voornemen daartoe had –, de omstandigheid dat [A] zich in 2006 regelmatig door een vaste fysiotherapeut op de[C BV] liet behandelen, alsmede – naar het Hof aannemelijk acht – uit hoofde van de relatie van [A] met andere personen die eveneens bij de financiering van [C BV] betrokken waren, zoals [B BV] en [G BV], welke laatste vennootschap naar het Hof begrijpt een persoonlijke houdstervennootschap is van de heer [J].
€ 891.405 met een verlies van voorgaande jaren van € 891.405. Nu de belastbare winst van 2004 met € 3.074 wordt verminderd tot € 888.331 (= € 891.405 -/- € 3.074) dient, uitgaande van de door de rechtbank vastgestelde belastbare bedragen, ook het door de rechtbank vastgestelde bedrag van de verliesverrekening met € 3.074 te worden verminderd.
Het Hof zal de voor het jaar 2005 nader vast te stellen belastbare winst van € 719.475 (=
€ 722.611 -/- € 3.136) verrekenen met het nog resterende bedrag van het verlies van voorgaande jaren van € 3.074, zodat het belastbaar bedrag over 2005 nader dient te worden vastgesteld op € 717.969 (= € 721.043 -/- € 3.074).
5.Kosten
6. Beslissing
op de vergoeding van proceskosten ;
gegrond;
berekend naar een belastbaar bedrag van nihil, na verrekening van de voor dit jaar op
€ 888.331 vastgestelde belastbare winst met een verlies van voorgaande jaren ter grootte
van € 888.331;
- vermindert de aanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2005 tot een berekend naar een
belastbaar bedrag van € 717.969, na verrekening van de voor dit jaar op € 719.475
vastgestelde belastbare winst met een verlies van voorgaande jaren ter grootte van € 3.074;
bedrag van € 1.437.966;
in rekening te brengen heffingsrente wordt verminderd overeenkomstig de hiervoor
vermelde verminderingen;
bedrag van € 2.124, en
€ 1.398 vergoedt.