Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Het oordeel van de rechtbank
5.Proceskosten
€ 500
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een bedrijf dat voertuigen importeert en verkoopt, deed aangifte BPM voor een gebruikte Porsche Cayenne. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op wegens een verschil tussen de aangifte en de vastgestelde BPM. De rechtbank vernietigde deze naheffingsaanslag en kende een proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende.
De inspecteur en belanghebbende gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de inspecteur de naheffingsaanslag ook vóór registratie kan opleggen, wat het hof ertoe bracht de naheffingsaanslag te verminderen maar niet te vernietigen. De rechtbank had de proceskostenvergoeding toegekend wegens onrechtmatigheid van de inspecteur, maar het hof vond dat de handelwijze van de inspecteur wel in overeenstemming was met het wettelijke systeem.
Het hof stelde vast dat de vele vergelijkbare zaken en identieke stukken aanleiding gaven om de proceskostenvergoeding forfaitair vast te stellen met toepassing van een korting. Het hoger beroep van de inspecteur werd gegrond verklaard, dat van belanghebbende ongegrond. Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van een forfaitaire proceskostenvergoeding van €236 en vergoedde het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd en de proceskostenvergoeding wordt forfaitair vastgesteld op €236.