ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2688
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigen woningstatus na brand en bouwactiviteiten voor belastingaftrek
Belanghebbende kocht in december 2000 een woning die deels door brand was beschadigd en onbewoonbaar was. In 2001 woonde hij nog in een appartement en was de woning aan de [b-straat] 113 niet als hoofdverblijf beschikbaar. Hij voerde aan dat de woning in aanbouw was en daarom als eigen woning moest worden aangemerkt voor de hypotheekrenteaftrek.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard op grond van artikel 3.111 lid 3 Wet IB 2001, omdat de woning in aanbouw zou zijn. Het Hof stelde vast dat de werkzaamheden in 2001 vooral sloop en beperkte herstelwerkzaamheden betroffen, die niet voldeden aan de vereisten van een woning in aanbouw. Ook was niet aannemelijk dat binnen twee jaar een nieuwe woning als hoofdverblijf zou worden betrokken.
Verder was belanghebbende in 2001 niet ingeschreven op het adres van de woning en verbleef hij in een appartement. De stacaravan op het perceel kon niet als duurzaam hoofdverblijf worden beschouwd. Het Hof vernietigde daarom het eerdere vonnis voor zover het de navorderingsaanslag 2001 betrof en verklaarde het beroep ongegrond. De betaalde hypotheekrente was niet aftrekbaar.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de definitie van eigen woning voor fiscale aftrek en benadrukt het belang van bewijslast en feitelijke beschikbaarheid als hoofdverblijf.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag 2001 blijft in stand.