Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
grief Ibestrijdt [appellante] de vaststelling onder 1.9 dat na de verplaatsing van de berging van [appellante] naar de voorzijde van het pand, de eigenaar van het appartementsrecht op de begane grond de inpandige berging bij zijn woonruimte heeft betrokken. In de toelichting op de grief betoogt [appellante] zij tot op de dag van vandaag de beschikking heeft gehouden over een bergruimte op de begane grond. De kantonrechter heeft in de bestreden overweging echter niet iets anders vastgesteld; de bij het appartement getrokken berging betreft de meer naar achteren gelegen berging die [appellante] in de periode tussen 1999 en 2005 in gebruik heeft gehad. Omdat de grief berust op een verkeerde lezing van het vonnis faalt zij.
3.Beoordeling
de jureniet is betrokken.