Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 199.331 € 560.471
€ 0______
€ 19.525
€ 19.522
€ -/- 674
€ -/- 894
€ 674.295
€ 634.899
[E 3]
0 per 31122004
6.849,01 5.537,80
Hof: belanghebbende en zijn broer] worden verdacht van het voorhanden hebben, waaronder begrepen het te koop aanbieden, verkopen en afleveren, van accijnsgoederen welke niet op de voorgeschreven wijze in de heffing van accijns zijn betrokken, te weten sigaretten welke niet zijn voorzien van de voorgeschreven accijnszegels dan wel zijn voorzien van vervalste of valse accijnszegels.”
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
3.953
26.884
-/-1.040
3.953
-/-1.040
5.Kosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, doch uitsluitend wat betreft de beslissingen inzake de aanslagen IB/PVV 2005 en 2006 en de in verband daarmee in rekening gebrachte heffingsrente;
- verklaart de beroepen inzake de aanslagen IB/PVV 2005 en 2006 en de in verband met deze aanslagen in rekening gebrachte heffingsrente gegrond;
- vernietigt de desbetreffende uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2005 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 376.303 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 28.848, met dienovereenkomstige vermindering van de in rekening gebrachte heffingsrente;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2006 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 233.252 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 25.395, met dienovereenkomstige vermindering van de in rekening gebrachte heffingsrente;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten in hoger beroep van belanghebbende tot een bedrag van € 1.841; en
- gelast de inspecteur het door belanghebbende in hoger beroep betaalde griffierecht van € 115 te vergoeden.