ECLI:NL:GHAMS:2015:2087
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Bevestiging overgangsrecht heffingsrenteregeling bij vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap opgericht op 29 november 2011, maakte bezwaar tegen de in rekening gebrachte heffingsrente over haar eerste verlengde boekjaar 2011/2012. De inspecteur handhaafde de beschikking, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Het geschil betrof de vraag of het overgangsrecht uit het Belastingplan 2012, dat het oude heffingsrente-regime toepast op aanslagen over boekjaren die vóór 1 januari 2012 zijn aangevangen, in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het onderscheid objectief en redelijk gerechtvaardigd is vanwege praktische en uitvoeringstechnische redenen. Het overgangsrecht voorkomt dat het nieuwe belastingrente-regime terugwerkt naar perioden vóór 1 januari 2012. Het hof volgde de rechtbank en verwierp het beroep. Tevens wees het hof een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens vermeende termijnoverschrijding af.
De uitspraak bevestigt het belang van de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever op fiscaal terrein en benadrukt dat ongelijke behandeling niet per definitie discriminatie is wanneer een redelijke rechtvaardiging bestaat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.