Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
“Koopprijs 1”
De Schuldenaren hebbende mededeling van de levering van de Vorderingen ontvangen.
“Koopprijs 2”.
De Ontvanger van de Belastingdienst zal geen toestemming verlenen voor de schuldovername zoals bedoeld in artikel 6:155 Burgerlijk Pro Wetboek. Desalniettemin blijft de schuldovername in de onderlinge verhouding tussen [de BV] en [belanghebbende] van kracht. [Belanghebbende] realiseert zich dat hij door de Ontvanger van de Belastingdienst kan worden aangesproken voor de voldoening van de Belastingschuld. Zodra hij wordt aangesproken, zal hij [de BV] daarvan onverwijld in kennis stellen. [De BV] zal na ontvangst van een kennisgeving zoals in de vorige zin bedoeld zorgdragen voor tijdige voldoening aan de Ontvanger van de Belastingdienst van het verschuldigde bedrag.
(art. 3.92, lid 1, onder a, Wet IB 2001; hierna de Correctie)
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
4.2.2 Belanghebbende en [de BV] hebben gepoogd een overeenkomst te sluiten als bedoeld in artikel 6:155 BW Pro. Nu de ontvanger evenwel niet instemt met de schuldoverneming is er sprake van een onvoltooide schuldoverneming. De rechtsgevolgen verbonden aan een voltooide schuldoverneming zijn niet ingetreden […].
- dat belanghebbende niet langer de nadelige gevolgen ondervindt van het uitzonderen van belastingschulden ex artikel 5.3 Wet IB 2001, en
- dat de Vorderingen niet langer tot belanghebbendes vermogen behoren,
6.Proceskosten en griffierecht
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de afwijzing door de inspecteur van belanghebbendes verzoek om herziening van de voorlopige aanslag;
- vermindert de aanslag tot een naar een “inkomen uit werk en woning” van [€ 25.388] en naar een “voordeel uit sparen en beleggen” van [€ 74.548] ;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.308; en
- gelast de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van (€ 42 in eerste aanleg en € 118 in hoger beroep, derhalve in totaal) € 160 aan hem te vergoeden.