Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[naam y],
[naam y],
Gerechtshof Amsterdam
De werknemer [x] vorderde schadevergoeding van zijn werkgever [y] wegens mishandeling door een collega-leidinggevende [z] buiten werktijd en niet op de werkvloer. Hij stelde letsel en stressschade te hebben geleden en verwijt de werkgever onvoldoende bescherming en steun.
De mishandeling vond plaats na werktijd in een bedrijfsbusje. De politierechter veroordeelde [z] tot een geldboete en schadevergoeding aan [x]. [x] stelde vervolgens dat de werkgever aansprakelijk was op grond van artikel 7:658 BW Pro (zorgplicht werkgever), 7:611 BW (goed werkgeverschap) en 6:170 BW (aansprakelijkheid voor ondergeschikten).
Het hof oordeelde dat de mishandeling buiten werktijd en niet op de werkvloer plaatsvond, zonder dat de werkgever dit had kunnen voorzien of voorkomen. Er was geen functioneel verband tussen de mishandeling en de werkzaamheden. Ook de stellingen over een slechte werksfeer en onvoldoende steun werden niet bewezen. De vorderingen van [x] werden daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
In de vrijwaringszaak werd het beroep van de werkgever tegen de aansprakelijkheid van de collega eveneens afgewezen. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Vordering werknemer tot schadevergoeding wegens mishandeling door collega en slecht werkgeverschap wordt afgewezen; vonnis kantonrechter wordt bekrachtigd.