Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2015:4269

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 oktober 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
200.177.031/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62b Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van civiele zaak naar gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling

Appellant is in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de rechtbank ’s Gravenhage en rechtbank Amsterdam. Het hof Amsterdam oordeelt dat vanwege de samenhang met andere zaken en de aanwezigheid van een plaatsvervanger in het hof, de zaak op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie moet worden verwezen.

Volgens het Zaaksverdelingsreglement van het hof Amsterdam worden dergelijke zaken normaal gesproken verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Echter, het hof is ambtshalve bekend dat het gerechtshof ’s-Hertogenbosch zaken in behandeling heeft die met deze zaak samenhangen.

Daarom besluit het hof Amsterdam de zaak ter verdere behandeling en beslissing te verwijzen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Dit arrest is uitgesproken door drie raadsheren en de rolraadsheer op 13 oktober 2015.

Uitkomst: De zaak is verwezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.177.031/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/461948 / HA ZA 10-1929
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 13 oktober 2015
inzake
[APPELLANT],
wonend te [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. A.C.M. Verhoeven te Rotterdam,
tegen

1.[GEÏNTIMEERDE],

wonend te [woonplaats],
advocaat: mr. A.R.J. Croiset van Uchelen te Amsterdam,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
advocaat: mr. G.J.H. Houtzagers te Den Haag,
geïntimeerden.

1.Het geding in hoger beroep

Appellant is bij dagvaarding van 28 augustus 2015 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 9 maart 2011 en van de vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2015 en 24 september 2015 die onder bovengenoemd zaak-/rolnummer zijn gewezen tussen hem als eiser en (onder meer) geïntimeerden als gedaagden.
De zaak is aangebracht bij dit hof op 22 september 2015.

2.Beoordeling

In het dossier komt de naam voor van een plaatsvervanger in dit hof. Om die reden acht het hof verwijzing van de zaak op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie gewenst. Degelijke zaken worden volgens het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Amsterdam, gepubliceerd in Staatscourant 2014 nr. 9046, door dit hof verwezen naar gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof is er echter ambtshalve mee bekend dat het gerechtshof ’s-Hertogenbosch zaken in behandeling heeft die met de onderhavige zaak samenhangen, zodat de zaak ter verdere behandeling en beslissing zal worden verwezen naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

3.Beslissing

Het hof:
verwijst de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2015.