ECLI:NL:GHAMS:2016:1014
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van wetenschap van gebiedsverbod in dealeroverlastgebied Amsterdam
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 20 juli 2015 opzettelijk niet voldeed aan een gebiedsverbod in het dealeroverlastgebied 1.2 te Amsterdam, opgelegd door de burgemeester. Dit verbod hield in dat hij zich gedurende zes maanden niet in dat gebied mocht bevinden. De verdachte werd eerder veroordeeld voor een gelijk misdrijf, waardoor de overtreding zwaarder werd bestraft.
Tijdens het hoger beroep stelde het hof vast dat de verdachte niet persoonlijk op de hoogte was gesteld van het gebiedsverbod. De brief met het verbod was naar het opgegeven adres gestuurd, maar werd aan de receptie overhandigd en niet aan de verdachte zelf. Daarnaast was er een publicatie in een dagblad, maar er was geen bewijs dat de verdachte deze had gelezen. De politie had de verdachte wel geïnformeerd over het voornemen tot het gebiedsverbod en de wijze van bekendmaking, maar dit achtte het hof onvoldoende voor het aannemen van voorwaardelijk opzet.
Het hof oordeelde dat van de overheid kan worden verlangd dat een gebiedsverbod, dat de bewegingsvrijheid van een burger beperkt, op een deugdelijke wijze aan die burger wordt kenbaar gemaakt. Het nalaten van de nodige inspanningen om dit te waarborgen leidt ertoe dat de verdachte in zijn stelling moet worden gevolgd dat hij niet wist van het verbod. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde.
De advocaat-generaal had een taakstraf gevorderd, maar het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken wegens ontbreken van opzet en wetenschap van het verbod.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap van het gebiedsverbod.