ECLI:NL:RBAMS:2019:224
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzet bij overtreden gebiedsverbod
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk overtreden van een gebiedsverbod dat was opgelegd voor een periode van drie maanden in een overlastgebied. De officier van justitie stelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had omdat het gebiedsverbod op het door hem opgegeven adres was bezorgd en hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde het verbod te overtreden.
De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was dat verdachte de brief daadwerkelijk had ontvangen en dat vanwege zijn verstandelijke beperkingen en taalbarrière niet kon worden vastgesteld dat hij de inhoud begreep. De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden, waaronder het enkel in het Nederlands opgestelde bevel en de vrachtbrief, onvoldoende waren om te concluderen dat verdachte kennis had van het verbod.
De rechtbank benadrukte dat het bij een ingrijpend gebiedsverbod aan de overheid is om de betrokkene daadwerkelijk op de hoogte te brengen. Het nalaten van nader onderzoek door verdachte kon niet worden omgezet in bewijs van opzet. Verdachte werd daarom vrijgesproken wegens ontbreken van het vereiste opzet.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij op de hoogte was van het gebiedsverbod.