ECLI:NL:RBAMS:2019:229
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van wetenschap gebiedsverbod bij overtreding
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk overtreden van een gebiedsverbod in Amsterdam. Het gebiedsverbod gold van 27 februari 2016 tot en met 26 augustus 2016 en verbood verdachte zich in het overlastgebied 1.0 te bevinden. De officier van justitie stelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had omdat het gebiedsverbod op het door hem opgegeven adres was bezorgd en hij toch het gebied betrad.
Verdachte beriep zich op zijn zwijgrecht en verklaarde ter terechtzitting geen wetenschap te hebben gehad van het gebiedsverbod. De rechtbank oordeelde dat de enkele aankondiging en de vrachtbrief waaruit blijkt dat het bevel op het adres was gedeponeerd, onvoldoende bewijs vormen dat verdachte daadwerkelijk kennis had van het verbod. De rechtbank benadrukte dat het aan de overheid is om een dergelijk ingrijpend besluit voldoende kenbaar te maken.
De rechtbank verwierp het standpunt van de officier van justitie dat het nalaten van nader onderzoek door verdachte tot bewijs van voorwaardelijk opzet kon leiden. Ook eerdere ervaringen van verdachte met gebiedsverboden waren onvoldoende om wetenschap aan te nemen. Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is bewezen dat hij wetenschap had van het gebiedsverbod.