Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
aan haarzijn opgelegd. Hij betoogt in zijn bezwaarschrift:
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij niet had betaald voor het parkeren op een locatie waar volgens de Verordening Parkeerbelastingen 2014 parkeerbelasting verschuldigd was. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de uitspraak.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de parkeerbelasting voldoende kenbaar was op de locatie. Belanghebbende stelde dat hij geen borden of parkeerautomaten had gezien die het parkeerregime duidelijk maakten en dat zijn auto op een plek stond waar de parkeerautomaat niet of slecht zichtbaar was.
Het Hof oordeelde dat de parkeerbelasting wel degelijk voldoende kenbaar was, mede op basis van foto’s van de parkeerautomaat met een duidelijk zichtbaar blauw bord met een “P”. Het Hof benadrukte de onderzoeksplicht van de parker om vooraf en na het parkeren te controleren of er parkeerbelasting verschuldigd is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting bevestigd.