ECLI:NL:GHAMS:2016:1969
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op vergoeding invorderingsrente bij vermindering aanslagen waterschapsbelasting
Belanghebbende, Stichting [X], vorderde vergoeding van invorderingsrente over verminderingen van waterschapsbelastingaanslagen van 2008 tot en met 2013. De heffingsambtenaar had de aanslagen verminderd en de bedragen binnen zes weken uitgekeerd, maar weigerde invorderingsrente te vergoeden. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in.
Het hof oordeelde dat de e-mail van de heffingsambtenaar waarin de weigering werd meegedeeld, geen besluit in de zin van de Awb vormde vanwege gebrekkige bekendmaking. Het formele besluit van 24 februari 2014 was wel geldig. Vervolgens werd beoordeeld of de nieuwe wettelijke regeling voor invorderingsrente, die op 1 januari 2013 in werking trad, ook van toepassing is op aanslagen uit voorgaande jaren.
Het hof stelde vast dat de nieuwe regeling van de Invorderingswet 1990 (artikelen 28a en 28b) geldt zonder overgangsrecht voor waterschapsbelasting. Dit betekent dat belanghebbende geen aanspraak kan maken op invorderingsrente over de verminderingen, ook niet over aanslagen van vóór 2013. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en discriminatieverbod werd verworpen. Het hof benadrukte dat het niet aan de rechter is om de redelijkheid van de wet te toetsen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Belanghebbende heeft geen recht op vergoeding van invorderingsrente over verminderingen van waterschapsbelastingaanslagen 2008-2013.