Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil in hoger beroep
- A) Heeft belanghebbende recht op aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud kinderen jonger dan 30 jaar?
- B) Voor welk bedrag heeft belanghebbende recht op aftrek wegens specifieke zorgkosten?
- C) Heeft belanghebbende recht op aftrek wegens betaalde alimentatie aan de heer [C] (hierna: [C] )?
- D) Heeft belanghebbende recht op de alleenstaande-ouderkorting?
- E) Is de aanslag na verrekening van voorheffingen juist berekend?
4.Het oordeel van de rechtbank
a. periodieke uitkeringen en verstrekkingen op grond van een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting, tenzij deze worden gedaan aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn;
(…)
f. in rechte vorderbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen die berusten op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud.
(…).”