ECLI:NL:GHAMS:2016:3093
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag BPM en kostenvergoeding
Belanghebbende heeft BPM betaald voor een Volkswagen-motorrijtuig, maar kreeg een naheffingsaanslag van de Belastingdienst wegens een hogere catalogusprijs en CO2-uitstoot dan opgegeven. Na bezwaar vernietigde de inspecteur de naheffingsaanslag en kende een forfaitaire kostenvergoeding toe. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een immateriële schadevergoeding af wegens vermeende termijnoverschrijding.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de inspecteur ten onrechte afzag van een hoorgesprek, recht had op vergoeding van werkelijke proceskosten wegens schending van Unierecht, en aanspraak maakte op immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn. Het Hof oordeelde dat de inspecteur terecht van het horen afzag omdat het bezwaar volledig werd gehonoreerd en dat het verzoek om kostenvergoeding een nevenvordering is.
Verder stelde het Hof dat geen sprake was van bijzondere omstandigheden die een hogere proceskostenvergoeding dan de forfaitaire rechtvaardigen, mede omdat de gemachtigde op no-cure-no-pay basis werkte. Ook was er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn, omdat de termijn eindigde bij de uitspraak op bezwaar. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.