ECLI:NL:GHAMS:2017:165
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij overdrachtsvergunning militaire goederen
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen een overdrachtsvergunning die de Minister had verleend voor de overdracht van militair materieel naar Frankrijk ten behoeve van de Egyptische marine. De vergunning was geldig tot 30 september 2016 en is daarna verlengd tot 31 oktober 2017. Appellanten hebben geen bezwaar gemaakt tegen de nieuwe vergunning.
De rechtbank had het bezwaar van appellanten niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. In hoger beroep stond centraal of appellanten ontvankelijk waren in hun beroep. Het hof overwoog dat het verlopen van de vergunning het procesbelang van appellanten heeft doen vervallen, omdat de goederen die onder de vergunning vielen reeds waren overgebracht en niet terugkeren bij vernietiging.
Verder oordeelde het hof dat het belang bij een inhoudelijk oordeel voor toekomstige vergunningen niet voldoende is om procesbelang aan te nemen, omdat de verlenging een zelfstandig besluit betreft. Ook het voornemen tot een symbolische schadevergoeding en mogelijke toekomstige schade van derden werd onvoldoende geacht om procesbelang te creëren.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het verlopen van de vergunning.